Actualiteiten


Aansprakelijkheid verhuurder hennepkwekerij?

Het kan elke verhuurder van een pand overkomen. De politie rolt een hennepkwekerij in zijn pand op en spreekt vervolgens de verhuurder aan als verantwoordelijke. Wanneer er een huurder in het pand heeft gezeten die de hennepkwekerij had opgezet, lijkt het erop dat de verhuurder er niets mee te maken had. Echter, wanneer er enkel een mondelinge huurovereenkomst is en de verhuurder geen toezicht heeft uitgeoefend op het gebruik van het gehuurde, kan het Openbaar Ministerie het vermoeden krijgen dat de verhuurder er wel meer mee te maken had. Hoe kijkt de rechtbank daar tegenaan?

In een uitspraak van 28 juni 2011 heeft de Hoge Raad geoordeeld over een kwestie waar de verhuurder ruimten in het pand had verhuurd voor een groot geldbedrag aan een onbekend persoon, die slechts had meegedeeld dat hij de ruimten wilde gebruiken voor de opslag van vervalste merkartikelen. Met die persoon, de huurder, kon niet anders worden gecommuniceerd dan door middel van briefjes. De verhuurder had op geen enkele wijze controle uitgeoefend op het daadwerkelijke gebruik van de ruimten. Ook had de huurder geen schriftelijk huurcontract. Daarnaast werd elke maand op dezelfde plaats een envelop met geld gelegd.

De Hoge Raad vond dat er in die zaak, ondanks de zojuist genoemde feiten, onvoldoende omstandigheden waren voor het voorwaardelijk opzet dat de verhuurder door het beschikbaar stellen van de ruimten medeplichtig zou worden aan het drijven van een hennepkwekerij en de bijbehorende diefstal van elektriciteit.

In andere zaken is in de rechtspraak aangegeven dat een verhuurder niet verplicht is om controle uit te oefenen op het gebruik van het verhuurde met het oog op het voorkomen van het plegen van strafbare feiten. Zo ook in de zaak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 13 oktober 2015. Een verhuurder is daarin vrijgesproken, omdat hij niet verplicht was om controle uit te oefenen. Ook het feit dat de verdachte in die zaak geen kopieën had van de identiteitsbewijzen van de onderverhuurders, was onvoldoende om van (voorwaardelijk) opzet te kunnen spreken.

Daarnaast heeft de Procureur Generaal in een arrest geconcludeerd dat in zijn algemeenheid van een onderverhuur van een loods aan een onbekende of niet te traceren persoon, niet kan worden afgeleid dat er bewust het risico op de koop toe is genomen dat de loods beschikbaar zou worden gesteld voor het telen van hennep.

In november 2015 heeft de rechtbank een verhuurder, bij wie ik in het pleidooi bovenstaande rechtspraak naar voren heb gebracht, vrijgesproken. Ondanks dat de uitspraken hierboven in het voordeel van de verhuurder vielen, is het verstandig om te zorgen voor een schriftelijke huurovereenkomst en om de huur giraal te laten overmaken.

mr. D. (Danny) Vong
 

Deel dit bericht op Facebook