Actualiteiten


Achterhalen afzender bij wraakacties via Internet

Onlangs heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank in Amsterdam een uitspraak gedaan waarin is bepaald dat Facebook verplicht is om de gegevens van de afzender bekend te maken aan degene die wordt benadeeld door publicatie van gegevens op dit sociale medium.
 

Wat was het geval: van een 21 jarige vrouw was een seksfilmpje op Facebook geplaatst. Het filmpje waarop de vrouw herkenbaar in beeld was, was enkele jaren geleden gemaakt door haar ex-vriendje. Beiden waren toen nog minderjarig. Het was niet duidelijk wie het filmpje op Facebook had geplaatst. De ex-vriend ontkende en de vrouw kon er niet achter komen wie er achter de plaatsing zat. Duidelijk was wel dat er op naam van de vrouw een zogenaamde nep-account was aangemaakt op Facebook.
Het plaatsen van dergelijke filmpjes op sociale media is onrechtmatig. De vrouw had er dan ook belang bij dat de identiteit van degene die achter deze nep-account zat bekend werd. Alleen op die manier was zij in staat om de ‘dader’ aan te spreken op zijn actie en de nodige maatregelen tegen hem te nemen. Te denken valt daarbij aan een verplichting om het filmpje te verwijderen en verwijderd te houden, rectificatie, schadevergoeding en een dwangsom bij overtreding van het verwijderingsgebod.

Facebook weigerde echter om identiteit van de persoon achter de nepaccount bekend te maken. In kort geding werd namens de vrouw gevorderd dat Facebook de naam en adresgegevens van de ‘dader’ aan haar verstrekte. Alleen op die manier kon de vrouw de persoon achter de nepaccount aanspreken en vergoeding van, onder andere, door haar geleden (reputatie-)schade vorderen. Het standpunt van Facebook was dat zij niet aan de eisen van de vrouw kon voldoen omdat de gegevens (inclusief het filmpje) al geheel en permanent was verwijderd, ook van de computers van Facebook zelf. Facebook stelde dus, technisch gezien, niet in staat te zijn deze gegevens nog te achterhalen.

De voorzieningenrechter heeft de vorderingen van de vrouw toch toegewezen. De rechter was van oordeel dat Facebook in beginsel de rechtsplicht heeft tot het verstrekken van de gevraagde informatie. Een overweging daarbij was dat de onbekende persoon achter de nepaccount onrechtmatig heeft gehandeld en de gedupeerde vrouw geen andere mogelijkheden heeft om achter de gegevens te komen. Door op de valreep te stellen dat de gegevens niet meer traceerbaar zijn, handelde Facebook, mede gelet op haar eigen beleid op dit punt, onzorgvuldig en onrechtmatig jegens eiseres, aldus de rechter.

De rechter heeft bovendien bepaald dat, in het geval Facebook erbij blijft dat alle tot een persoon te herleiden gegevens definitief verwijderd en niet meer traceerbaar zijn, dit dient te worden bevestigd door een onafhankelijke onderzoeker. Facebook kan dus niet volstaan met de enkele mededeling dat ze de gegevens niet meer ter beschikking heeft. Doet zij dit wel dan zal een onafhankelijke deskundige het waarheidsgehalte van dit standpunt onderzoeken.
Deze uitspraak betekent dat ook in andere gevallen van de provider kan worden verlangd om mee te werken aan opsporing van degene die soortgelijke onrechtmatige gedragingen pleegt. Te denken valt aan hate-mails, negatieve (onrechtmatige)schadelijke reacties op websites van bedrijven, stalking via mail en telefoon et cetera.

Hebt u ook last van dergelijke praktijken? Neem dan gerust contact op met ons kantoor. Wij kunnen vrijblijvend een voorlopige mening geven over uw juridische positie.

Mr. J.F.H.M. (Hans) van der Velden
 

Deel dit bericht op Facebook