Actualiteiten


Arbeidsovereenkomst of overeenkomst van opdracht

De vraag of sprake is van een arbeidsovereenkomst of een overeenkomst van opdracht is niet altijd eenvoudig te beantwoorden en komt vaak neer op de bedoeling van partijen.

De vereisten voor een arbeidsovereenkomst is dat sprake moet zijn van het verrichten van arbeid, er moet loon uitbetaald worden en er moet sprake zijn van een gezagsverhouding. Als er sprake is van verrichtte arbeid maar er is geen gezagsverhouding (bijvoorbeeld als sprake is van een zzp-er die in opdracht van een bedrijf werkzaamheden uitvoert) dan is veelal sprake van een overeenkomst van opdracht.

Toch kan het soms fout gaan met name als er in de praktijk toch sprake is van een gezagsverhouding. Er moet dan sprake zijn van ondergeschiktheid. Ook belangrijk is dan of de opdracht wel of geen incidenteel karakter heeft, de betalingen die plaatsvinden, het wel of niet opvolgen van gegeven instructies, het invullen van de werktijden en doorbetaling bij ziekte.

Dit betekent dat bij een overeenkomst van opdracht toch - ondanks de gemaakte afspraken – sprake kan zijn van een arbeidsovereenkomst.

Bij de vraag of sprake is van een overeenkomst van opdracht of een arbeidsovereenkomst weegt zwaar wat de bedoeling is geweest van de partijen en hoe daaraan feitelijk uitvoering is gegeven. Is er sprake van een zeer behoorlijk tarief en heeft de zzp’er meermaals een arbeidsovereenkomst afgewezen, dan wordt het wel erg lastig om het bestaan van een arbeidsovereenkomst aannemelijk te maken.

In een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 30 januari 2018 (ECLI:NL:GHAMS:2018:318) is geoordeeld dat de bedoeling van partijen leidraad is voor de vraag of sprake is van een arbeidsovereenkomst of overeenkomst van opdracht

In deze casus vorderde een zelfstandig consulent die sinds 1999 met zijn eenmanszaak in het handelsregister stond ingeschreven loon. Zijn onderneming hield zich bezig met organisatieadvies, interim management en trainingen op het gebied van ondernemen. De consultant nam eind 2012 een interim opdracht aan om voor een kwaliteitscontrolebureau voor de agrarische sector te werken als rayonmanager. Deze overeenkomst wordt een aantal keren opnieuw aangegaan. Partijen komen uitdrukkelijk overeen een overeenkomst van opdracht aan te gaan en geen arbeidsovereenkomst beoogden. Daarbij gold ook dat het de zelfstandig consulent was toegestaan om nevenactiviteiten te verrichten. De consultant beschikte tevens over een VAR-wuo.

Nadat de opdrachtperiode vier keer was verlengd geeft de opdrachtgever uitdrukkelijk aan de overeenkomst van opdracht niet meer te willen verlengen en dat de interim-opdracht per 30 november 2016 van rechtswege zou eindigen. De consultant was het hier niet mee eens en vordert daarop doorbetaling van zijn loon tot het moment dat zijn arbeidsovereenkomst rechtsgeldig zal eindigen en verzoekt de vernietiging van de opzegging van de arbeidsovereenkomst.

Zowel de kantonrechter als het Gerechtshof wijzen de vordering van de consulent af. Doorslaggevend voor het Gerechtshof was de bedoeling van partijen en hoe uitvoering is gegeven aan de overeenkomst die partijen in 2012 hadden getekend. Omdat de consulent maandelijks vanuit zijn eenmansbedrijf zijn honorarium declareerde vermeerderd met btw en nog altijd geregistreerd stond als ondernemer heeft het Gerechtshof geoordeeld dat geen sprake is van een arbeidsovereenkomst maar een overeenkomst van opdracht. In het oordeel van het gerechtshof heeft ook meegewogen het feit dat de consulent meerdere keren een arbeidsovereenkomst heeft aangeboden gekregen – in ieder geval was dat bespreekbaar - maar dat hij om fiscale redenen daar nooit op is ingegaan.

De conclusie is dat niet alleen de overeenkomst tussen partijen maar nog meer de uitvoering hiervan en de bedoeling van partijen bepalend is voor de vraag of sprake is van een arbeidsovereenkomst of overeenkomst van opdracht

Mevrouw mr. C.C.E. (Constance) Wilschut

Actualiteiten
<  Terug naar nieuwsoverzicht
Deel dit bericht op Facebook