Actualiteiten


Automatisch gezag voor ongehuwden en niet-geregistreerde partners?

Met ouderlijk gezag wordt de wettelijke macht bedoeld die een ouder over zijn of haar kind uitoefent. Het ouderlijk gezag is het alomvattende recht (en plicht) van een ouder om het kind op te voeden en te verzorgen, waarbij de ouder alle belangen van het kind behartigt. Hebben beide ouders gezag, dan zijn ze allebei wettelijk vertegenwoordiger van hun kind en wordt er ook wel gesproken van gezamenlijk gezag.

Het ouderlijk gezag houdt in:

- het recht en de plicht om het kind te verzorgen en op te voeden (art. 1:247 lid 1 BW).     Dit recht omvat de zorg voor het lichamelijk en geestelijke welzijn en de veiligheid van het kind en het bevorderen van de ontwikkeling van zijn persoonlijkheid (lid 2),
- het wettelijke bewind en vruchtgenot over het vermogen van het kind (artt. 1:253i-253m BW), en
- de wettelijke bevoegdheid om het kind in en buiten rechte te vertegenwoordigen (art. 1:245 lid 4 BW).

De ouder met gezag heeft dus zeggenschap over het kind. Een juridische ouder zonder gezag is bijvoorbeeld niet bevoegd om medische beslissingen over het kind te nemen. Het verschil tussen juridisch ouderschap en ouderlijk gezag doet er dus toe.

In de huidige wettelijke regeling hebben beide ouders automatisch het gezag over het kind, indien het kind tijdens het huwelijk wordt geboren.

In alle andere gevallen heeft de vader of duo- ouder pas de mogelijkheid om gezag over zijn kind of haar te krijgen, nadat hij of zij eerst het kind heeft erkend. De moeder heeft wel automatisch gezag als het kind geboren wordt (en ervoor), hoewel er uitzonderingen zijn.

Dit betekent dat de ongehuwde partner van de moeder die zijn of haar kind erkent, niet automatisch het gezag verkrijgt. Voor het verkrijgen van ouderlijk gezag moet de ongehuwde ouder die het kind heeft erkend nog een extra stap zetten. Het ouderlijk gezag is in dat geval immers niet aan de erkenning gekoppeld.

Voor deze ouders (ongehuwde en niet- geregistreerde partners) geldt dat zij alleen het gezamenlijk gezag uitoefenen, indien hun beider verzoek hiertoe is aangetekend in het gezagsregister. Het verzoek kan digitaal of schriftelijk ingediend worden bij de rechtbank. Vervolgens toetst de griffier het verzoek aan de volgende in de wet opgenomen weigeringsgronden:

- één of beide ouders is onbevoegd tot het gezag;
- het gezag van één van beide ouders is beëindigd en de andere ouder oefent het gezag uit;
- er is een voogd met het gezag over het kind belast;
- de voorziening in het gezag over het kind is komen te ontbreken; of
- de ouder die het gezag heeft, oefent dit gezamenlijk met een ander dan een ouder uit.

Veel erkennende ouders weten dit niet, waardoor problemen ontstaan als de ouders later uit elkaar gaan of zij een meningsverschil krijgen bij het beslissen over belangrijke aangelegenheden met betrekking tot het kind, bijvoorbeeld een schoolkeuze of een medische behandeling.

De initiatiefnemers van het wetsvoorstel 34605 willen het ongerechtvaardigde onderscheid tussen (kinderen geboren uit) gehuwde ouders enerzijds en (uit) ongehuwde ouders anderzijds met betrekking tot de uitoefening van het gezag wegnemen. Zij hebben daarom op 15 november 2016 een voorstel ingediend tot wijziging van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek in verband met directe koppeling erkenning en gezamenlijk gezag voor ongehuwde en niet-geregistreerde partners.

Wilt u meer weten over het automatisch gezag voor ongehuwden en niet-geregistreerde partners, neem dat vrijblijvend contact op met ons kantoor.

 

Deel dit bericht op Facebook