Actualiteiten


Bewakingscamera's en privacy

Regelmatig ontstaat er in de media discussie over de toelaatbaarheid van het openbaar maken van camerabeelden die zijn gemaakt met beveiligingscamera’s. Het gaat dan met name om de vraag of het geoorloofd is om, in het kader van de opsporing van daders van strafbare feiten, gemaakte beeldopnamen te verspreiden. Openbaarmaking van de beelden is immers een inbreuk op de privacy.
 


Tot nu toe werden deze beelden alleen openbaar gemaakt in het geval van ernstige geweldsdelicten zoals overvallen en mishandelingen. Het openbaar maken van deze beelden was tot nu toe een langdurige procedure. Dit staat een efficiënt gebruik van de beelden en snelle opsporing van de dader(s) in de weg. Een recent voorbeeld waarbij de daderbeelden op televisie werden getoond zijn de opnames van de zogenaamde ‘kopschoppers’ begin januari 2013.

Vanuit de maatschappij werd steevast als kritiek op de beperkte openbaarmaking van camerabeelden aangevoerd dat "wie zijn billen brandt, ook op de blaren moet zitten".

Na jarenlange discussie over de voor en tegens van openbaarmaking is recent (23 april 2015) het ‘Wetsvoorstel camerabeelden strafbare feiten’ ingediend.

Het wetsvoorstel komt neer op een wijziging van de Wet bescherming persoonsgegevens die inhoud dat het wordt toegestaan deze beelden openbaar te maken voor zover:
a. het camerabeelden betreffen waarop uitsluitend een nog niet-geïdentificeerde persoon herkenbaar is die zich schuldig maakt aan diefstal waarbij geen sprake is van geweld of bedreiging met geweld tegen personen, dan wel aan vernieling, beschadiging, onbruikbaarmaking of wegmaking van enig goed;
b. de verwerking van die camerabeelden geschiedt ter ondersteuning van de opsporing; en
c. de verantwoordelijke vooraf, al dan niet via een gemachtigde, bij de politie aangifte heeft gedaan en daarbij de camerabeelden ter beschikking heeft gesteld.

Het wetsvoorstel stelt dus strikte eisen aan de openbaarmaking. Het blijft dus verboden om winkeldieven waarvan de identiteit al bekend is openbaar te maken.

Een andere vraag is welke beelden een bedrijf of particulier mag maken. Mag je als particulier of bedrijf onbeperkt beelden maken van je leefomgeving? Deze vraag speelde recent tijdens een kort geding tussen twee buurtbewoners. Een bewoner had een zogenaamde ‘fisheye’-camera opgehangen onder de dakgoot van zijn woning. Hiermee kon hij een groot deel van de straat en de achtertuinen van buurtgenoten in beeld brengen. Dit werd door de buren beschouwd als een inbreuk op hun privacy. Het standpunt van de gedaagde buurman was dat de camera was opgehangen uit het oogpunt van bescherming van zijn eigendommen in verband met recente vernielingen aan eigendommen en dat hij alleen zijn eigen terrein in beeld bracht.

De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat de mogelijkheid om het doen en laten van de buren vast te leggen met behulp van de camera een inbreuk is op de privacy, ongeacht of van die mogelijkheid gebruik wordt gemaakt. Wel achtte de voorzieningenrechter het gerechtvaardigd dat met de camera opnamen werden gemaakt van het erf van gedaagde en de daaraan grenzende openbare ruimte.
De beslissing was dan ook dat gedaagde de aangebrachte camera diende te verwijderen, dan wel zodanig technisch aan diende te passen dat het niet meer mogelijk was om opnamen te maken van het perceel van de buren.

Mr. J.F.H.M. (Hans) van der Velden

 

Deel dit bericht op Facebook