Actualiteiten


Europese Erfrechtverordening

In verschillende landen gelden verschillende wettelijke regels met betrekking tot erfrechtelijke kwesties. Dat betekent dus afhankelijk van het land waar eventuele bestanddelen van de boedel zich bevinden dan wel eventuele erfgenamen wonen, andere regels van toepassing kunnen zijn en dus tot een andere afwikkeling kunnen leiden. Met de inwerkingtreding van de Europese erfrechtverordening is daarin verandering gekomen. Overlijdt een EU-burger op of na 17 augustus 2015, dan zal de vererving en afwikkeling van zijn gehele nalatenschap worden beheerst door deze nieuwe regels.

Op 17 augustus 2015 is de Europese erfrechtverordening in werking treden. Deze verordening heeft er voor gezorgd dat in bijna alle EU-landen dezelfde regels zullen gelden om te bepalen welk recht van toepassing is op de vererving en de afwikkeling van een internationale nalatenschappen. Deze verordening - en de daarin opgenomen bepalingen - geldt niet voor het Verenigd Koninkrijk, Ierland en Denemarken.
Daarnaast is de verordening van toepassing op de erfopvolging (dat zijn de regels die bepalen wie de erfgenamen van de overledene zijn) van personen die op of na 17 augustus 2015 zijn overleden. De afwikkeling van een internationale erfenis wordt dankzij deze verordening gemakkelijker voor burgers binnen de Europese Unie. Voor de inwerkingtreding van de verordening kende iedere lidstaat zijn eigen regels van internationaal erfrecht. Een grensoverschrijdende erfenis kon daardoor erg gecompliceerd zijn. Dit was vaak het geval indien er bijvoorbeeld een vakantiehuis in het buitenland is of wanneer een van de erfgenamen in het buitenland woont. Daardoor was het mogelijk dat er een conflict ontstond doordat er verschillende rechtsstelsels van toepassing konden zijn. De vraag moest dan worden gesteld welke regels van dwingend recht van toepassing waren.

Dankzij de inwerkingtreding van de verordening zijn die conflicten verleden tijd geworden. De hoofdregel luidt nu dat ‘de gewone verblijfplaats’ van de erflater op het tijdstip dat hij overleed, bepalend is voor de vraag welke rechter bevoegd is en welk het recht moet worden toegepast op de verder afwikkeling. Van deze hoofdregel kan worden afgeweken door een rechtskeuze te maken. Deze rechtskeuze moet in een testament zijn vastgelegd.

Voor de inwerkingtreding van de verordening was het mogelijk om een rechtskeuze te doen voor het erfrecht van het land waar de erflater zijn gewone verblijfplaats had op het moment van de rechtskeuze of van zijn overlijden. Ook was het mogelijk een rechtskeuze te doen voor het erfrecht van het land, waarvan de erflater de nationaliteit bezat op het moment van de rechtskeuze of van zijn overlijden. Vanaf 17 augustus 2015 zijn de rechtskeuzemogelijkheden beperkt. Dan kan er alleen nog worden gekozen voor het recht van het land van de nationaliteit van de erflater op het moment van zijn rechtskeuze of van zijn overlijden. Heeft de erflater echter vóór 17 augustus 2015 een geldige rechtskeuze gemaakt voor het recht van zijn gewone verblijfplaats, dan blijft deze rechtskeuze geldig en vervalt deze niet door de komst van de Europese erfrechtverordening.

Een andere belangrijke wijziging is dat met de komst van de verordening de ‘Europese erfrechtverklaring’ in het leven is geroepen. Hiermee kunnen zowel erfgenamen als executeurs hun rechten en bevoegdheden in alle lidstaten aantonen.
Belangrijk is wel dat de verordening alleen geldt met betrekking tot de vererving en deze niet van toepassing is op de fiscale gevolgen van het overlijden. Ieder land zal dus via eigen regels blijven bepalen of er belasting moet worden betaald na overlijden. Een rechtskeuze kan daarvoor niet worden gemaakt.

Mw. mr. F.(Femke) Putmans-de Kok
 

Deel dit bericht op Facebook