Actualiteiten


Gebruikersvergoeding na verlaten echtelijke woning

Wanneer echtgenoten in gemeenschap van goederen zijn gehuwd en beiden eigenaar zijn van de woning, kan diegene die de woning verlaat (of moet verlaten) vanaf het moment van indiening van het echtscheidingsverzoek aanspraak maken op een zogenaamde gebruikersvergoeding totdat de woning is verkocht dan wel is overgedragen.

In het verleden werd voor de berekening van deze gebruikersvergoeding aangeknoopt bij de overwaarde van de woning. De ratio hiervan was dat degene die niet in de woning woont, wel vermogen (overwaarde) "in de woning" had zitten en dit vermogen niet kon laten renderen of anders kon aanwenden. De gebruikersvergoeding werd berekend op een rendementspercentage van de helft van de overwaarde die toebehoort aan de vertrokken echtgenoot.

De laatste jaren staat de woningmarkt onder druk en de verkoopprijzen komen hierdoor in het gedrang. In veel gevallen is geen sprake meer van overwaarde. Het vasthouden aan de gebruikelijke berekenmethode leidt tot afwijzing van het verzoek tot het opleggen van een gebruikersvergoeding, terwijl de woning gemeenschappelijk eigendom is, een van de twee er geen gebruik van kan maken en zelfs elders kosten moet maken om te kunnen wonen.

Het Gerechtshof in Den Haag heeft op deze ontwikkeling gereageerd. De man bewoonde de woning  waarop een gezamenlijke hypothecaire geldlening rustte. Volgens vaste jurisprudentie dient dan ieder van partijen de helft van de hypotheekrente te dragen.  In dit geval droeg echter de man de gehele hypotheekrente. Het Hof was om die reden van mening dat de man daarmee feitelijk reeds een gebruikersvergoeding van de vrouw voldeed ter grootte van de helft van de hypotheekrente. Deze helft kwam overeen met de door de vrouw gevorderde gebruiksvergoeding.

Deel dit bericht op Facebook