Actualiteiten


Het beroep op noodweer door de politie

De laatste tijd is er veel discussie ontstaan omtrent het optreden van de politie. Recentelijk heeft de rechtbank in Rotterdam vonnis gewezen in een zaak waar twee agenten betrokken waren bij een dodelijk schietincident in de Fazantstraat.
Op grond van de zogenaamde Garantenstellung mogen aan politieagenten op grond van hun beroep, opleiding en training andere eisen gesteld worden dan aan een burger. Enerzijds mag van hen worden gevergd dat zij beschikken over zelfbeheersing en tactisch inzicht en ook in stressvolle confrontaties met verdachten niet te snel naar hun dienstwapen zullen grijpen, maar afgewogen beslissingen nemen. Anderzijds moet worden opgemerkt dat, juist bij gevaar van geweld, optreden van de sterke arm geboden is, zelfs als dat tot een gewelddadig treffen leidt.

Er was in deze zaak echter sprake van een man die naar niets en niemand luisterde en die ook na waarschuwingsschoten met een wapen in de hand bleef doorrennen. Op basis hiervan hebben de agenten gedacht dat het ging om een zeer gevaarlijk persoon die hoe dan ook moest worden gestopt. Naar het oordeel van de rechtbank kon en mochten de agenten denken dat optreden geboden was. Voor de agenten was sprake van een, onbekende, agressieve man met een wapen. De man rende door de tuinen met het wapen in de hand en maakte daarmee ongecontroleerde, zwaaiende bewegingen. De man reageerde niet op herhaalde oproepen, bevelen en zelfs niet op meerdere waarschuwingsschoten.

Omdat het slachtoffer wegrende was er ook geen reële mogelijkheid voor de agenten om hem aan te houden met gebruikmaking van een ander middel, zoals wapenstok of pepperspray of met fysiek geweld. Voor het wachten op een arrestatieteam was de situatie te acuut. Het slachtoffer rende in tuinen waar zich bewoners konden bevinden. Alle pogingen om hem te stoppen hadden tot niets geleid. Om die reden hebben de agenten gericht op het lichaam van het slachtoffer geschoten. Twee schoten daarvan hebben het slachtoffer getroffen: één in de rug en één in de rechter arm. Het schot in de rug heeft tot de dood van het slachtoffer geleid.
Naar het oordeel van de rechtbank mocht zij redelijkerwijs menen dat het slachtoffer agressief en onberekenbaar was en tegengehouden moest worden.
Gelet op het vorenstaande was de rechtbank van oordeel dat het beroep op het zogenaamde putatief noodweer slaagt, zodat de agente niet strafbaar is en werd ontslagen van alle rechtsvervolging.

De rechtbank lijkt hiermee in deze periode van kritiek vanuit een juridisch perspectief een actueel ijkpunt te hebben neergezet voor politie- optreden in noodweersituaties.
mr. D. (Danny) Vong
 

Deel dit bericht op Facebook