Actualiteiten


Het voorlopig getuigenverhoor

Het komt voor dat men een procedure wil aanspannen bij de rechtbank, maar dat bepaalde afspraken waarop die procedure is gebaseerd mondeling zijn gedaan. Ook kunnen er in een zaak getuigen zijn, waarvan men niet zeker weet of deze nog weten wat er is gezegd of gebeurd. Alvorens de ‘echte’ procedure aan te spannen bij de rechtbank en af te wachten of deze getuigen lopende de procedure in een getuigenverhoor daadwerkelijk zinvol kunnen verklaren, is het verstandig om gebruik te maken van een zogenaamd voorlopig getuigenverhoor bij de rechtbank.
Dit voorlopig getuigenverhoor is een verhoor dat voorafgaande aan de ‘echte’ procedure (de bodemprocedure) wordt gehouden. Zo kan men inschatten wat de kansen zijn van een dergelijke bodemprocedure.

De rechter wijst een dergelijk verzoek tot voorlopig getuigenverhoor slechts af indien:
- het verzoek in strijd is met de goede procesorde;
- verzoeker misbruik maakt van de bevoegdheid een voorlopig getuigenverhoor te verlangen, waarvan onder meer sprake kan zijn wanneer de verzoeker wegens onevenredigheid van de over en weer betrokken belangen in redelijkheid niet tot toepassing van die bevoegdheid kan worden toegelaten;
- het verzoek afstuit op een ander zwaarwichtig bezwaar;
- de verzoekende partij daarbij geen voldoende belang heeft als bedoeld in artikel 3:303 Burgerlijk Wetboek.

De Hoge Raad heeft recent nog de bovengenoemde afwijzingsgronden herhaald in een arrest van 22 december 2017 (ECLI:NL:HR:2017:3250 (Bencis/Van Oord)). Wanneer u een procedure wil beginnen, maar niet zeker bent van haalbaarheid vanwege de mondeling gemaakte afspraken, is het wellicht een optie om een voorlopig getuigenverhoor te overwegen.

mr. D. (Danny) Vong

Deel dit bericht op Facebook