Actualiteiten


Inwoning zonder toestemming verhuurder

Na het overlijden van zijn moeder in 2012 heeft de verhuurder ermee ingestemd dat de zoon in de woning bleef wonen en aldus huurder werd. In april 2015 heeft in de woning een brand gewoed waardoor de woning onbewoonbaar is geworden. De verhuurder probeerde in contact te komen met de zoon maar deze was onvindbaar.

Het bleek dat de zoon in de tussentijd wijzigingen aan de woning had verricht en er onderhuurders/ derden woonruimte had verschaft. Dit was in strijd met de bepalingen van de huurovereenkomst waarin stond omschreven dat: “Zonder voorafgaande schriftelijke vergunning van de bouwvereniging is het huurder verboden:
a. kostgangers en in het algemeen personen, die niet tot het gezin van huurder behoren, bij zich te laten inwonen;

De verhuurder kreeg van de onderhuurder een schriftelijke verklaring waarin stond vermeld:
Hierbij verklaar ik, [derde] , dat ik een kamer huur op het adres x] te y van de heer z . Ik huur deze kamer sinds ongeveer een jaar en betaal hiervoor een huurprijs van EUR 350,00 per maand aan de heer z.

De verhuurder vorderde in kort geding ontruiming van het gehuurde wegens, onder andere, het niet nakomen van de huurovereenkomst door de zoon. De voorzieningenrechter wees de vordering toe.

In hoger beroep werd het vonnis van de voorzieningenrechter aangevochten. De zoon was van mening dat de voorzieningenrechter ten onrechte had geoordeeld dat hij de ingevolge de huurovereenkomst op hem rustende verplichting niet was nagekomen. De zoon gaf aan dat de onderhuurder een neef van hem was die hij noodgedwongen tijdelijk in huis had genomen, dat de neef hiervoor nooit aan hem heeft betaald en dat van onderhuur of kostwinning geen sprake was.

De schriftelijke verklaring van de neef was onjuist, aldus de zoon. Hij voerde aan dat de verklaring door de verhuurder was opgesteld, dat de neef op het moment van ondertekening, te weten vrijwel direct nadat er brand in de woning was geweest, erg in de war was en al geruime tijd onder behandeling van een psycholoog was en dat de neef de verklaring ongelezen heeft ondertekend. Hij had de neef slechts tijdelijk in huis genomen.

Het Gerechtshof was van oordeel dat de zoon, door de neef in huis te nemen, of het nu ging om onderhuur, kostgangerschap of tijdelijke inwoning, heeft gehandeld in strijd met het bepaalde in de huurovereenkomst. Het kan dus, aldus het gerechtshof, in het midden worden gelaten of er sprake was van onderhuur, of dat de neef kostganger was of slechts tijdelijk in huis was. Het hof ging er, gelet op de gebleken feiten en omstandigheden van het geval van uit dat ‘de neef ‘ gedurende een substantiële periode bij de zoon woonde en/of zou wonen.

Het hof kwam dan ook tot de conclusie dat de voorzieningenrechter terecht had geoordeeld dat voorshands aannemelijk was dat de zoon de verplichtingen uit de huurovereenkomst niet wa nagekomen en bekrachtigde het vonnis van de voorzieningenrechter van de rechtbank.

Moraal van het verhaal: om problemen met inwonende familieleden, vrienden en kennissen (ook op tijdelijke basis) te voorkomen, is het raadzaam om de verhuurder hiervan schriftelijk op de hoogte te stellen en hiervoor toestemming te vragen.

U kunt de volledige uitspraak terugvinden op: http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2016:184

Ook vragen over huurkwestie? Neem dan telefonisch contact op met het secretariaat om een afspraak te maken voor ons gratis spreekuur.

Mr. J.F.H.M. (Hans) van der Velden

 

Deel dit bericht op Facebook