Actualiteiten


Lawaai protest verboden voor de rechter

De rechtbank heeft 3 mei 2018 een verbod opgelegd aan de protestgroep Geen4MeiVoorMij om in de nabijheid van de herdenkingsceremonie een lawaaiprotest te houden. De burgemeester van Amsterdam heeft enkele dagen voor de uitspraak een verbod ingesteld richting de protestgroep. De protestgroep was voornemens gedurende de traditionele twee minuten durende stilte een luchtalarm te doen afgaan, teneinde te protesteren. De protestgroep wenste duidelijk te maken dat de Nederlandse militairen die worden herdacht veel slachtoffers hebben gemaakt destijds in Nederlands-Indië. Los van het feit dat in 1961 is gekozen om een ruimere groep te herdenken (namelijk alle omgekomenen), levert dit een bijzonder juridisch leerstuk op. Dit leerstuk betreft de mogelijkheid om grondrechten te beperken.

Het is van belang in een maatschappij dat de burger fundamentele rechten heeft die de overheid garandeert. Er zijn situaties denkbaar dat er een ander maatschappelijk belang dusdanig zwaar weegt dat de individuele aanspraak op een grondrecht dient te wijken. Een bekend en recent voorbeeld is de zogeheten Mosquito. Dit apparaat produceert een pieptoon die niet hoorbaar is voor ouderen, maar jongeren ernstig tot last kan zijn. Dit apparaat wordt geïnstalleerd op plaatsen waar overlast veroorzakende hangjongeren zijn om hen weg te jagen. In dit geval wordt het recht op vereniging en het recht op de lichamelijke integriteit van de jongeren beperkt omwille van de openbare orde.

De burgemeester van Amsterdam en de rechter zullen in het geval van het lawaaiprotest als volgt hebben getoetst aan bepaalde criteria. Het verbod valt binnen de reikwijdte van twee grondrechten, namelijk het recht op vrijheid van meningsuiting en het recht op betoging (demonstratie). Het verbod maakt het voor de protestgroep niet mogelijk om hun mening te uiten op de Dam en daar te demonstreren.

Het verbod is een bijzondere maatregel. In de grondwet staat namelijk dat deze twee rechten beperkt kunnen worden om verstoring van de openbare orde te voorkomen. De burgemeester was in dit geval ook bevoegd om een verbod op te leggen.

Er is sprake van een dringende maatschappelijke behoefte. Alle aanwezigen op De Dam hebben gedurende de herdenkingsceremonie de behoefte om ongestoord de slachtoffers te herdenken, deze behoefte heeft een maatschappelijke meerwaarde en is een traditie voor honderdduizenden Nederlanders. Als er sprake is van een dringende maatschappelijke behoefte, mogen grondrechten beperkt worden.

Er is geen lichtere maatregel mogelijk dan een verbod op demonstratie. Daarbij gaat de maatregel niet verder dan nodig is om het doel te bereiken. De demonstranten worden geweerd van de Dam, maar worden niet vooraf opgesloten. Hier dient altijd naar gekeken te worden als een grondrecht wordt beperkt. Het moet een laatste redmiddel zijn.

Kortom, een verbod op de demonstratie is in dit geval een toegestane beperking van de grondrechten van de leden van de protestgroep Geen4MeiVoorMij.

D.Y.C.T (David) Gloudemans
 

Deel dit bericht op Facebook