Actualiteiten


Ontnemingsvordering bij hennepkwekerijen

Wanneer men een strafbaar feit heeft begaan, kan het Openbaar Ministerie bij de rechtbank een vordering indienen om het financieel voordeel dat daaruit is behaald te ontnemen. Uiteraard moet het Openbaar Ministerie eerst bewijzen dat er daadwerkelijk sprake is van financieel voordeel uit een strafbaar feit. Het moet aannemelijk zijn dat hij of zij deze heeft gepleegd of dat deze door een ander is gepleegd, maar waarvan hij of zij wel het voordeel heeft gehad.

Vooral bij zaken waar men wordt verdacht van het kweken van hennep, thuis of in een bedrijfspand, gaat het Openbaar Ministerie over tot het instellen van dergelijke vorderingen bij de rechtbank. Als de rechtbank het voldoende aannemelijk vindt dat er één of meerdere oogsten zijn geweest, zal er een betalingsverplichting worden opgelegd. Hierbij wordt de opbrengst van de oogst begroot.
Een eerdere oogst wordt aannemelijk geacht wanneer er in de kweekruimte bijvoorbeeld een bepaalde hoeveelheid kalkafzetting wordt geconstateerd, verkleuring van de koolstoffilters, hennepafval , knipscharen met daarop plantenresten en/of de aanwezigheid van gebruikte droogrekken.

De begroting van het voordeel wordt gedaan aan de hand van de hoeveelheid aangetroffen hennepplanten maal de prijs per gram hennep. Hiervan worden nog kosten afgetrokken, zoals afschrijvingskosten, kosten knippers, elektriciteitskosten en huisvestingskosten, etc.

Rechters beoordelen uiteraard wel kritisch of er al dan niet sprake is geweest van een eerdere oogst. Het is daarom altijd verstandig om een advocaat in te schakelen wanneer men wordt geconfronteerd met een ontnemingsvordering.

mr. D. Vong  

Deel dit bericht op Facebook