Actualiteiten


Uitleg ouderschapsplan aan de hand van Haviltex

In het kader van een echtscheiding dan wel een verbreking samenleving dienen partijen, indien zij beiden belast zijn met het gezag, een ouderschapsplan op te stellen waarin afspraken met betrekking tot de kinderen zijn opgenomen. De ervaring leert dat de inhoud en de uitleg van die afspraken in de praktijk nogal eens tot discussies leidt tussen ex- echtelieden of ex-partners.

Op 9 juli 2015 heeft het Gerechtshof te ’s-Hertogenbosch zich over de uitleg van afspraken in een ouderschapsplan uitgelaten (Gerechtshof ’s-Hertogenbosch 9 juli 2015, ECLI:NL:GHSHE:2015:2584). Wat speelde er in deze zaak?
De man en vrouw zijn van 2004 tot 2009 getrouwd geweest, tijdens welk huwelijk een kind is geboren. In 2009 heeft de rechter de echtscheiding hen tussen uitgesproken. Tegelijkertijd heeft de rechter beslist dat het kind (voorlopig) bij de moeder zou wonen. Ondertussen werd een onderzoek verricht door de Raad voor de Kinderbescherming om de rechter te adviseren waar de hoofdverblijfplaats van het kind zou moeten zijn. Nadat de Raad haar onderzoek had afgerond kwam de rechter op zijn eerdere beslissing terug en oordeelde dat het beter zou zijn als het kind bij de vader zou gaan wonen. De moeder was het met deze beslissing oneens. Zij stelde tegen die beslissing hoger beroep in.

Partijen zijn in een ouderschapsplan, nadat de vrouw hoger beroep had ingesteld, overeengekomen dat het hoofdverblijf van het kind bij de man is. Ik citeer:
“Het kind heeft haar hoofdverblijf bij de vader en zal op zijn adres in het bevolkingsregister van de gemeente ingeschreven staan…”
Het Gerechtshof verweet de vrouw echter dat zij had ingestemd met het feit dat het kind het hoofdverblijf bij de man zou hebben. De vrouw gaf echter aan dat zij hier enkel onder druk van de man mee had ingestemd.

De man meende echter dat het terecht was dat het kind bij hem het hoofdverblijf zou hebben, aangezien de man en de vrouw een ouderschapsplan hadden opgesteld waarin onder meer was opgenomen dat het kind bij de man zou wonen. De man stelde zich op het standpunt dat de vrouw zich aan die afspraak moest houden. Volgens de man bleek juist uit het feit dat de vrouw tot ondertekening van het ouderschapsplan over ging, nadat zij beroep had ingesteld, haar wisselvallige en daardoor onstabiele houding. De vader meende dat hieruit voldoende bleek dat de moeder geen stabiele basis voor het kind kon bieden. De man ontkende bovendien dat hij de vrouw onder druk had gezet om akkoord te gaan met het hoofdverblijf van het kind bij hem.

Het Gerechtshof heeft bij het nemen van haar beslissing ook het ouderschapsplan betrokken. Volgens het Gerechtshof waren de bewoordingen uit het ouderschapsplan helder. Partijen hadden afgesproken dat het kind bij de vader zou wonen. De taalkundige uitleg is echter niet de enige uitleg die door de rechter werd gehanteerd. Ook van groot belang is welke bedoelingen de man en de vrouw hadden toen zij het ouderschapsplan sloten. Het Gerechtshof hanteerde bij haar beslissing de zogenaamde Haviltex-formule. Deze formule is tot stand gekomen in een arrest van de Hoge Raad, hetwelk daarna steeds het Haviltex-arrest werd genoemd. Deze formule houdt in dat een bepaling in een overeenkomst moet worden uitgelegd aan de hand van de bedoeling die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan deze bepalingen mogen toekennen en hetgeen zij van elkaar mogen verwachten. Het Gerechtshof stelde vast dat de vrouw na het instellen van het beroep nog in overleg was getreden met de man om zo tot overeenstemming te komen. Deze overeenstemming werd bereikt en vastgelegd in het betreffende ouderschapsplan. De man had niet kunnen weten en verwachten dat de vrouw anders bedoelde dan hoe de afspraken waren vastgelegd in het ouderschapsplan. Het Gerechtshof oordeelde daarom dat het kind het hoofdverblijf bij de man kind diende te hebben.

Mw. mr. F (Femke) Putmans-de Kok
 

Deel dit bericht op Facebook