Actualiteiten


Uw wil is wet? Relatie Client - Advocaat

De advocaat behartigt de belangen van de cliënt en hij of zij zal dan ook alles in het werk moeten stellen om deze belangen veilig te stellen. De vraag is echter hoever de advocaat mee moet gaan in de wensen van zijn cliënt. In het vuur van de strijd wordt door de cliënt wel eens geroepen dat ‘geld geen rol speelt’, ‘de maat vol is’ dan wel er sprake is van een ‘principekwestie’.

Dat de advocaat zichzelf en de cliënt moet behoeden voor nodeloos – en dus onrechtmatig - procederen, blijkt uit een uitspraak van de rechtbank Gelderland van 24 juni 2015, waarin een advocaat werd veroordeeld tot het betalen van een schadevergoeding omdat hij een bij voorbaat kansloos kort geding had aangespannen.
Wat was er aan de hand? De advocaat had op verzoek van zijn cliënt – de man - in 2013 een kort geding aanhangig gemaakt waarin werd gevorderd dat de tenuitvoerlegging van een echtscheidingsbeschikking werd geschorst tot het moment over deze echtscheidingsbeschikking in hoger beroep was beslist.

De termijn van hoger beroep tegen de echtscheidingsbeschikking was echter ongebruikt verstreken. Er was dus helemaal geen hoger beroep ingesteld.
De vordering tot schorsing werd dan ook afgewezen. Omdat het een familierechtelijke zaak was had de voorzieningenrechter beslist dat de proceskosten werden gecompenseerd, elke partij draaide dus op voor de eigen (advocaat)kosten.
De tegenpartij – de vrouw - was hiermee niet akkoord en stelde de advocaat aansprakelijk voor de ontstane (advocaat)kosten wegens nodeloos procederen en misbruik van recht. De vrouw stelde zich op het standpunt dat de man door het beginnen van het kort geding onrechtmatig had gehandeld.

De rechtbank was van oordeel dat de handelswijze van de advocaat jegens de wederpartij inderdaad onrechtmatig was. De rechtbank overwoog daarbij dat: ‘Voorop staat dat een partij de vrijheid heeft zijn belang aan een rechter voor te leggen maar dat ook misbruik kan worden gemaakt van deze bevoegdheid. Daarvan is sprake als ‘er een zodanige onevenredigheid bestaat tussen het belang bij uitoefening van de bevoegdheden en het belang dat daardoor wordt geschaad dat men in redelijkheid daartoe niet had kunnen komen (…). Daarvan is sprake bij een procedure die bij voorbaat kansloos is,’ aldus de rechtbank.

De rechtbank oordeelde dat deze norm ook geldt ook voor een advocaat. De advocaat had in de procedure gesteld dat hij had gehandeld in opdracht van zijn cliënt. De rechtbank oordeelde echter dat ‘een advocaat zich niet kan verschuilen achter de opdracht van zijn cliënt’. De advocaat heeft een eigen verantwoordelijkheid om aan de hand van het dossier de grond om een ander in rechte te betrekken tot op zeker hoogte te toetsen, in beginsel wordt een advocaat veel beoordelingsruimte gegund, maar met een duidelijke termijnoverschrijding en daarmee kansloze procedure blijft een advocaat niet binnen de grenzen.’
In de procedure werd gesteld dat het doel van het kort geding was om executiemaatregelen van het LBIO (de incasso-organisatie voor alimentatie) nog even op afstand te houden.
De rechtbank oordeelde dat dit doel c.q. belang bij de kort gedingprocedure niet in redelijke verhouding stond tot het belang van de vrouw om van een dergelijke procedure en bijbehorende kosten verschoond te blijven. De wens tot het uitoefenen van druk rechtvaardigt volgens de rechtbank geen gerechtelijke procedure, zeker gelet op de termijnoverschrijding voor het hoger beroep, waardoor afstel van executie niet meer mogelijk was.

De rechtbank was dan ook van oordeel dat de advocaat zijn medewerking aan de procedure had moeten weigeren. Met de vaststelling van een onrechtmatig handelen door de advocaat dient hij de schade van de vrouw te vergoeden.

De uitspraak van de rechtbank is te vinden op www.rechtspraak.nl of via onderstaande link.

http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBGEL:2015:4240

mr. J.F.H.M. (Hans) van der Velden
 

Deel dit bericht op Facebook