Actualiteiten


Wet lesbisch ouderschap

Op 1 april 2014 is de Wet Lesbisch Ouderschap (Wet LO), in werking getreden. Deze wet heeft een aantal veranderingen gebracht.


Volgens de huidige wetgeving, geldt dat een kind dat binnen een lesbische relatie wordt geboren, één (juridische) ouder heeft. De ouder is de vrouw uit wie het kind wordt geboren. Als de andere ouder, de meemoeder, eveneens juridisch ouder wil worden, kan dat enkel door middel van partneradoptie.

Met de inwerkingtreding van de Wet LO is een nieuw wetsartikel in werking getreden. Hierin is bepaald dat voortaan ook de meemoeder automatisch wordt aangemerkt als juridisch ouder. Voorwaarde is wel dat de meemoeder gehuwd is of een geregistreerd partnerschap is aangegaan met de biologische ouder op het moment dat het kind wordt geboren. Een andere voorwaarde is dat er sprake moet zijn van een kunstmatige bevruchting door middel van een anonieme donor. Bij de aangifte van de geboorte dient vervolgens bij de Ambtenaar van de Burgerlijke Stand een verklaring te worden overgelegd van Stichting Donorgegevens Kunstmatige Bevruchting, waaruit blijkt dat gebruik is gemaakt van een anonieme donor. De gegevens van de anonieme donor blijven anoniem tot het moment dat het kind de leeftijd van zestien jaar heeft bereikt. Nadat het kind de zestienjarige leeftijd heeft bereikt worden de persoonsgegevens van de donor, indien het kind daarom vraagt, alleen aan het kind zelf verstrekt. Voorwaarde is dat de donor geen zwaarwegende belangen heeft aangevoerd die zich verzetten tegen het verstrekken van de persoonsgegevens.

Wanneer geen sprake is van een huwelijk of geregistreerd partnerschap, kan de meemoeder het kind al voor de geboorte erkennen, zodat het ouderschap bij de geboorte ontstaat. Ook bestaat de mogelijkheid om via de rechtbank te verzoeken om het ouderschap van de meemoeder vast te stellen. Een dergelijk verzoek kan worden gedaan door zowel de biologische moeder als door het meerderjarige kind. Om een dergelijk verzoek te kunnen laten slagen moet de meemoeder, als levensgezel van de biologische moeder, hebben ingestemd met de verwekking van het kind.


Positie zaaddonor

Door de Wet LO is ook de positie van de zaaddonor aanzienlijk versterkt. Indien de donor in een nauwe persoonlijke betrekking tot het kind staat (er moet sprake zijn van ‘family life’) en dit ook kan aantonen, bestaat voor deze donor het recht c.q. de mogelijkheid om vervangende toestemming voor erkenning te verzoeken bij de rechtbank.

De rechtbank zal in geval van een dergelijk verzoek een belangafweging maken, waarbij de belangen van het kind, de intenties van de donor en de meemoeder alsook de feitelijke situatie, een rol spelen. Wat niet veranderd met de Wet LO is dat een kind niet meer dan twee juridische ouders kan hebben. Zodra de meemoeder het kind reeds heeft erkend, heeft het kind al twee juridische ouders en kan de donor dus geen vervangende toestemming voor erkenning meer verzoeken.

Deel dit bericht op Facebook